< Terug naar codex

De wrede moord van Leuven

Pagina: 268/268

uit O vrij studentenheerlijkheid van dr. Mon de Goeyse
 
1. 't Was op 'n nacht in de maand April
D'r was geen enk'le gardevil
Maar een troep Walen was rond aan 't dwalen
In de Parijssche straat bij d'Hallezale
Daar viel er een een Vlaming aan
Om met zijn pet op loop te gaan

2.
De Vlaming zei: "Dat mag niet zijn
Hij steelt mijn pet, dat Waalsch venijn!"
Hij zocht de virenden die hij kon vinden
Om dan die Vlaamsche pet terug te vinden
En Colback die werd nagezet
Voor die gestolen Vlaamsche pet

3.
En Colback, die grote held
Was met een wijf vooruitgesneld
Met haat in d'oogen naar 't kot gevlogen
En om aan 't Vaderland zijn moed te toogen
Zette hij zijn deur al op een kier
En schoot op Berten een keer of vier

4.
De kogel trof hem in de borst
De straat werd met zijn bloed bemorst
Want uit de ronde gapende wonde
Zeeg voor het Vlaamsche recht jong bloed ten gronde
Zij droegen hem naar 't hospitaal
Zoo laf vermoord door eenen Waal

5.
Een stoer pandoer nam Colback vast
En stopte hem al in de kast
Die hartelooze zonder te bloozen
Sprak in de zoete taal van de Fransooizen
"Ik heb geen spijt van mijne daad
'k Heb hem vermoord uit rassenhaat"

6.
Eenieder zei: "Hij is er aan
Hij heeft al kwaad genoeg gedaan
Nu zal hij moeten zijn schuld uitboeten
Hij speelt al lang genoeg met onze voeten!"
Maar in beroep kwam hij weer vrij
Is dat geen wreede schelmerij?

7.
't Werd ondertusschen derde mei
En ieder eerlijk mensch die zei:
"D'universiteite haar plicht zal kwijten
En dezen moordenaar de deur uitsmijten
Want d'hoogeschool is katholiek
Zij duldt geen moordenarenkliek

8.
Maar de Rector schreef een Fransch advies
Op d'inspiratie van de Vice
"Het is verboden stoeten te houden
En ieder Flamingant zijn muil moet houden
En die nog roept, vliegt aan de poort
Maar over Colback viel geen woord

9.
De Vlaming die 't epistel las
Die riep: "Verdraaid, dat is te kras!
Zoudt ge niet zeggen, wie zal 't weerleggen
Dat ze de schuld der moord op ons nog leggen!"
En Beeckman schreef een open brief
Waarin hij aankloeg deze grief

10.
De Vice die zocht in 't reglement
Hoe hij kon straffen dien student
En na veel zoeken in dikke boeken
Vond hij l'article 23 om hem te vloeken
Maar Beeckman zei dan heel kordaat
"'k Beroep mij op des Rectors raad"

11.
Maar in de Rectorale Raad
Meet men altijd met dubb'le maat
Dees vies affaire was om te blêren
Paul Beeckman il devait bien vite se taire
Want op het laatst zong men en chœur
"We smijten Beeckman aan de deur"

12.
En die dit liedje heeft gehoord
Vertelle 't maar aan ieder voort
Hoe dat die mannen met looze plannen
Tegen het Vlaamsche recht steeds samenspannen
Staat allen van nu af paraat